A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
-
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
O
Term:
Beschrijving:
Objectoriëntatie

1. Wijze van omgaan met gegevens en programma onderdelen met overerfbare eigenschappen om zodoende later weer te gebruiken bij applicatiebouw- en onderhoud.

^
^
Odd parity:

1. Oneven pariteit;

^
^
OLA

1. Operational Level Agreement.

^
^
Omroepnetwerk:

1. Eén van de twee indelingen waarin netwerktopologieën vallen, zo is er ook de indeling 'geschakelde netwerken';

2. Een omroepnetwerk kan gegevens maar via één kanaal versturen. Alle gegevens worden over het hele netwerk verspreid. Een nadeel is dat er bij zulke netwerken veel wachttijden voorkomen, omdat er steeds maar één station gegevens over het netwerk kan zenden, zodat een ander station moet wachten;

^
^
Ontvanger, gegevensput, ENGELS datasink:

1. De opslag of put voor verzonden gegevens die later mogelijk in aanmerking komen voor verdere verwerking; Kan ook een persoon zijn, hier wordt met ontvanger een elektronisch apparaat bedoeld dat in een netwerk is gekoppeld;

2. Hier worden gegevens verwerkt, bijvoorbeeld voor opslag in een database;

^
^
OS

1. Operating System.

^
^
OSI-referentiemodel:

1. Open Systems Interconnection-referentiemodel (ISO 7498);

Het OSI-model is 1979 door de ISO uitgebracht. Het model is hiërarchisch opgebouwd uit zeven lagen die elk een dienst (service) vervullen. De eerste (onderste) laag is de 'fysische laag', hier worden gegevens omgezet in radiogolven, elektrische signalen of optische signalen, waardoor elk gegeven over het medium vervoerd kan worden. De tweede laag is de 'data link-laag', alwaar gegevens tussen de stations of schakelpunten gelinkt worden, fouten worden hersteld, de flow (stroming) wordt geregeld, ofwel de toegang tot het medium wordt hier bewerkstelligd. De derde laag is de 'netwerklaag', deze laag verzorgt de schakelservice, de routering van gegevens. Verder onderhoudt de netwerklaag de verbinding met andere punten indien er een verbindingsgeoriënteerde verhouding is, dus verbinding -opzetten, -verzorgen en -verbreken. De vierde laag is de 'transportlaag', gegevens worden hier gebalanceerd voor verder gebruik, dit wil zeggen: verschillen van de onderliggende lagen worden opgeheven, zodat eindsystemen efficiënt kunnen communiceren. Ook ordend de transportlaag pakketten (indien nodig), bijvoorbeeld als de lagen eronder geen virtuele circuits gebruiken. De vijfde laag is de 'sessielaag', hier worden verbindingen (sessies) tussen gebruikers opgezet en geregeld. De sessielaag laat de communicatie tussen gebruikers netjes verlopen. De zesde laag is de 'presentatielaag', deze laag zorgt, zoals de naam eigenlijk al zegt, voor het juist presenteren van gegevens. De syntax vervormen (gegevens structuren omzetten), zodat computers van verschillende makelij overweg kunnen met gegevens van andere, niet compatibele, computers. Onderhandelingen voeren over de syntaxregels hoort ook bij de presentatielaag. De laaste en hoogste laag, de zevende, is de 'applicatielaag. Hier worden gebruikersapplicatie-processen gestuurd en bepaalde gebruikersdiensten verleent, dit is de enige laag die een gebruiker kan zien en waarmee een gebruiker direct kan werken. Boven de applicatielaag komen de gebruikersapplicaties zelf, bijvoorbeeld een tekstverwerker, deze neemt diensten af van de OSI applicatielaag. Het OSI-model kent drie netwerkgeoriënteerde lagen en vier gebruikersgeoriënteerde lagen. Dit toont aan dat OSI rekening houdt met zowel netwerk al gebruiker, hierdoor kan alles feilloos, ook onderling, samenwerken. Alle data-eenheden die in de onderste netwerklagen worden getransporteerd zijn: op de fysische laag bits, op de data link-laag frames en op de netwerklaag pakketten. Alle overige lagen, de vier bovenste, communiceren onderling doormiddel van PDU's (Protocol Data Units). Een PDU bevat naast reguliere data ook een header, hierin staan instructies voor de peer-enititeiten van de betreffende laag, hoe zaken afgehandeld dienen te worden aan de verzend- en ontvangzijde;

Het OSI-model is gemaakt om netwerkconcepten te verwezenlijken. Netwerkonderdelen hebben door het OSI-model een plek gekregen, zo is standaardisatie makkelijker geworden en netwerksystemen zijn hierdoor open voor andere systemen. Dit model is speciaal gemaakt om samenwerking tussen open systemen mogelijk te maken, daarvoor het woord 'interconnection';

^
^
<< vorige | vernieuwen |
Vraag of feedback:
E-mail adres:
Vraag of feedback: