A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
-
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
P
Term:
Beschrijving:
Packet firewall

1. Een packet firewall werkt doormiddel van een eenvoudige filtering, de firewall bekijkt alleen de netwerkadressen (MAC adressen), zodoende wordt er alleen verkeer doorgelaten naar geautoriseerde stations/clients. Zie ook: stateful inspection firewall, dit is een uitbreiding op de packet firewall.

^
^
Pakket, ENGELS packet:

1. Basis term voor data éénheden die over een computernetwerk worden gezonden. In een pakket zijn afzender en ontvanger toegevoegd middels een header. Pakketten worden gecreëerd in de netwerklaag, dit is de derde laag van het OSI-referentiemodel;

^
^
Pakketschakelen:

1. Engels: Packet switching:

2. In een computernetwerk dat gebruik maakt van pakketschakelen worden gegevens door de zender gesplitst in kleinere pakketjes met elk een vaste lengte. Elk pakketje krijgt een adres en volgnummer toegewezen. Doormiddel van het volgnummer kan de ontvanger zien hoe het oorspronkelijke pakket weer in elkaar gezet kan worden. Het adres dient voor alle schakelpunten waar de pakketjes langs komen, deze kunnen dan zien waar het pakketje thuis hoort, ofwel over welk pad het pakketje geschakeld dient te worden;

3. Een voordeel van pakketschakelen ten opzichte van berichtschakelen is: met pakketschakelen worden pakketjes opgedeeld in kleinere stukken, zodat de doorlooptijd per pakketje kleiner is, dus knooppunten zijn sneller toegankelijk voor nieuwe gegevens in plaats van het lang bezetten bij berichtschakelen. En computernetwerk wordt op deze wijze efficiënter benut, er worden immers geen datalijnen onnodig in gebruik gehouden;

^
^
Paradigma, ENGELS paradigm:

1. Een voorbeeld, model of denkvorm met verbuigingen en vormen;

^
^
Parallel:

1. Gelijklopend, evenwijdig;

^
^
Payload

1. De actieve inhoud van een computervirus wordt payload genoemd. Na de incubatietijd doet de payload zijn werk, het virus treed in werking.

^
^
Peer-entiteit:

1. Actief element binnen, een uit te voeren, dienst, laag of proces. Peer entiteiten zijn gelijk in rang of niveau vanwege de peer aanduiding. Peer wordt uitgesproken als: pier;

^
^
Persistent

1. Onafgebroken, constant, ononderbroken.

^
^
PGP

1. Pretty Good Privacy; wordt gebruikt om dataverkeer te versleutelen, met als grootste toepassing het versleutelen van e-mail.

^
^
Pincode

1. Persoonlijk Identificatie Nummer. Een pincode is een methode om toegang te verkrijgen tot een systeem. Een pincode is ingebakken op, bijvoorbeeld, een magneetstrip van een bankpas.

^
^
PKI

1. Public Key Infrastructure; een infrastructuur dat gebruik maakt van symetrische encryptie, daarvoor worden de publieke en de private codeersleutels gebruikt, met digitale certificaten die door een CA (Certification Authority) worden uitgegeven.

^
^
Plain text

1. Gewone tekst.

^
^
Prestatie indicatoren:

1. Om inzicht te verkrijgen in de kwaliteit van taken, kunnen prestatie indicatoren worden gehanteerd. Ze drukken beheertaken en de hierbij betrokken mensen en geautomatiseerde hulpmiddelen zodanig uit dat inzicht ontstaat in de kwaliteit van deze taken en de eraan verbonden inspanningen en kosten. Ofwel dat inzicht ontstaat in geleverde prestaties;

^
^
Prestatie:

1. ENGELS performance. Prestatie duidt op de mate van bruikbaarheid, wat doet iets en met welke kracht;

2. De prestatie van een personal computer is afhankelijk van een aantal zaken, bijvoorbeeld: doel, kloksnelheid van de aanwezige processoren en de componenten waarmee de pc is opgebouwd. Een pc die zware programma's draait heeft doorgaans een prestatie die hoger is dan een pc die alleen gebruikt wordt voor tekstverwerking;

3. Prestatie is binnen ICT een term die laat zien wanneer iets bruikbaar is of vervangen dient te worden. Wat kan ik er mee, wat doet het en wat heb ik er voor nodig?;

^
^
Proces:

1. Aaneengeschakelde activiteiten om één of meer doelen te bereiken; Wijze waarop iets verloopt of zich ontwikkelt;

2. Een proces duidt op een deel van het geheel in, bijvoorbeeld, een procedure of applicatie;

^
^
Protocol Data Unit (PDU):

1. Een geheel van gegevens, gecreëerd door een laag (service) in het OSI-model. In het OSI model zijn er op elke laag andere PDU's, zo hebben de Applicatie, Presentatie en de sessie laag een DATA PDU en de transportlaag een SEGMENT PDU, de netwerklaag heeft een PACKET PDU, de datalinklaag een FRAME PDU en de fysiekelaag een BIT PDU.

^
^
Protocol:

1. Afspraken, regels, procedures of standaarden waardoor services gerealiseerd kunnen worden. Een protocol zorgt er voor dat doormiddel van afspraken communicatie tussen uitéénlopende apparatuur en programmatuur mogelijk wordt;

^
^
Protocolbericht:

1. Berichten die apparaten onderling naar elkaar verzenden op grond van een protocol om services re realiseren. Het protocol zegt hoe de communicatie dient te geschieden, de afspraken. Zodoende kunnen services verleent worden. Een serviceprimitief geeft een apparaat opdracht, bijvoorbeeld een verzoek, waarna vanuit het protocol berichten worden opgesteld tussen apparatuur onderling;

^
^
Proxy firewall

1. Een proxy firewall is een type firewall die dataverkeer filterd op applicatie niveau, er is geen rechtstreekse stroming van data met het betreffende netwerk, alle data loopt via de proxy firewall en wordt daarna pas, volgens de regels (criteria) afgeleverd bij netwerk clients.

^
^
<< vorige | vernieuwen |
Vraag of feedback:
E-mail adres:
Vraag of feedback: