A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
-
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
T
Term:
Beschrijving:
Tcu:

1. Trunk Coupling Unit;

2. Een TCU is van toepassing bij ring-netwerken. Relais in een TCU zijn zo geschakeld dat wanneer een station uit staat, dit station overbrugd wordt en er toch een verbinding met de ring blijft;

^
^
Telecommunicatie:

1. Informatieoverdracht (spraak, tekst, data) over een grote afstand, via radar, radio, telefoon, telegraaf, televisie, per satelliet enz;

2. Telecom;

^
^
Telematica:

1. Telematica is een term die datacommunicatie, telecommunicatie en informatica samenbrengt onder een gemeenschappelijk dak. Telematica stelt telecommunicatie en informatica op elkaar af door gebruik te maken van computers;

^
^
Telnet

1. Telnet is een simpel, op tekst gebaseerd programma waarmee u via internet een verbinding kunt maken met een andere computer. Als de eigenaar of beheerder van de andere computer u heeft gemachtigd om een verbinding met die computer te maken, kunt u via Telnet opdrachten invoeren waarmee u toegang krijgt tot programma's en services op de computer op afstand, net alsof u achter die computer zou zitten. Via Telnet kunt u toegang krijgen tot bijvoorbeeld e-mail, databases en bestanden.

2. Om Telnet te openen middels een DOS commando: C:\Telnet (enter) Microsoft Telnet-client Microsoft Telnet> ?

^
^
Terminal:

1. Een computer waarmee, bijvoorbeeld een andere computer, server of netwerk bestuurd wordt. Een terminal kan maar hoeft niet op dezelfde locatie te staan als waar het aan te sturen object zich bevindt. Terminals worden dus min of meer gebruikt als afstandsbediening;

2. Een verbinding tot stand brengen naar een ander computersysteem gebeurt via een terminal;

^
^
Theorema van Nyquist:

1. Bewezen stelling van Harry Nyquist; over hoe een transmissie in snelheid samenhangt met een bandwijdte (afstand tussen 2 uiterste waarden). Hiermee is bewezen dat het aantal baudrate per seconde van een signaalsterkte (niveau) nooit groter is dan twee maal de bandwijdte (bandbreedte);

2. Harry Nyquist. Amerikaans natuurkundig, elektrisch- en communicatie ingenieur. Een vindingrijke uitvinder die fundamentele theoretische en praktische bijdragen heeft geleverd aan de telecommunicatie;

^
^
Tnt:

1. Timer No Token (lange versie);

2. Beveiliging bij token netwerken om ervoor te zorgen dat stations het token niet kwijtraken. Indien na een bepaalde tijd het token niet is teruggekeerd bij de netwerkmonitor dan genereerd het monitor-station een nieuw token;

^
^
Toegangstijd:

1. De verstreken tijd vanaf het moment waarop een station gegevens aanbied aan het netwerk, tot het moment waarop het station kan beginnen met zenden;

^
^
Token (tokenring)

1. Een token bepaald bij token-ring- en token-busnetwerken welke stations data mogen zenden, alle beschikbare stations krijgen doormiddel van het token een kans om gegevens te zenden. Een token bestaat uit een 24 bits-patroon, dat wil zeggen dat er een aantal bits achter elkaar door het netwerk gezonden worden waaraan stations kunnen zien of de ring vrij is. Indien de ring vrij is zal het token een ander bit-patroon aannemen dan wanneer de ring bezet is. Een token circuleert continu over de ring, indien alle stations data willen zenden begint de station die het eerste kenbaar maakte dat deze een frame beschikbaar heeft met zenden, waarna alle naast gelegen buurstations een kans krijgen, totdat het token alle stations een kans heeft gegeven om hun frames te zenden;

2. Een token wordt onderhouden door de token-monitor; een in het netwerk aanwezig station dat continu het token controleerd op defecten, zoals verlies van een token en dubbele tokens. In het laatste geval ontstaat er een collision op de ring. De token-monitor maakt gebruik van een speciale bit die in het token aanwezig is, de monitorbit, hiermee kan de monitor een bezet token ontdekken indien het token onbedoeld bezet wordt. Zo voorkomt de token-monitor dat ring-stations geen frames meer kunnen zenden. De token-monitor maakt het token dan weer vrij ofwel de token-bit 1 wordt weer 0 (vrij). Token-bit en monitor-bit zijn twee bits van het tokenframe. Een bezet token-bit heeft een waarde 1, onbezet is deze dus 0. Een bezet monitor-bit heeft tevens een waarde 1 en onbezet een 0, alleen krijgt een monitor-bit pas een 1 waarde als het token langs de token-monitor komt. Alleen de token-monitor verzorgt dus de monitor-bit en indien nodig de token-bit (logisch);

^
^
Token ID

1. Een token is een klein apparaatje dat lijkt op een kleine rekenmachine dat wordt gebruikt om toegang tot computersystemen te verkrijgen. Zodra een gebruiker wil inloggen genereert het computersysteem een getal en laat dit getal zien op het scherm, de gebruiker typt dit getal in op het token apparaat (certifier) waarop het token apparaat een getal weergeeft die de gebruiker moet invoeren in het computersysteem. Indien het getal correct is krijgt de gebruiker toegang.

^
^
Topologie:

1. De manier waarop een communicatienetwerk is gebouwd, de structuur van knooppunten en mediums;

2. Een netwerkstructuur is op een bepaalde manier gebouwd. Men praat dan over topologieën die te herkennen zijn aan logisch gegeven namen, voorbeelden zijn; bus-, ring-, ster-, maas-, boomtopologieën. Onderling is een bustopologie anders gebouwd dan een boomtopologie;

^
^
Traffic Padding

1. Dit houdt in het opvullen van lege plekken in IP pakketjes of stiltes in de communicatiesessie. Op deze manier kan iemand die de communicatie onderschept, afluisterd of aftapt geen onderscheid maken tussen de werkelijke informatie en de niet werkelijke informatie, het is een manier om DATA te beveiligen.

^
^
Trailer:

1. Een stukje van een pakket dat informatie over de foutcontrole bevat. Een trailer wordt samen met headers meegestuurd in een dataframe;

2. Het achterste gedeelte van een datapakket, waarin instructies zijn opgenomen voor de organisatie van betreffende datapakketten, bijvoorbeeld informatie over de foutcontrole van een pakket;

^
^
Transceiver:

1. Samenvoeging van transmitter en receiver ofwel een zender en ontvanger. Een transceiver verbindt een computer/station met het netwerk;

2. Transceivers treft men aan bij bustopologieën. Een transceiver verzendt gegevens die vanuit een knooppunt worden doorgegeven. Bij een bustopologie, zenden en ontvangen transceivers onderling met elkaar. Elk knooppunt in een bustopologie bevat een transceiver. Een bus is opgebouwd uit verschillende kabelsegmenten waarbij ieder kabelsegment aan het begin en eind met een transceiver is gekoppeld;

^
^
Transmissie:

1. Overbrengen van gegevens;

2. Gegevenstransport;

^
^
TTP

1. Trusted Third Parties.

2. Methode waarbij een externe, derde, partij wordt ingehuurd zodat de twee partijen die zijn betrokken bij de uitwisseling van de informatie elkaar beter kunnen vertrouwen.

^
^
Tunneling

1. Overbrengen van DATA middels een host-protocol. Een protocol in een protocol.

^
^
<< vorige | vernieuwen |
Vraag of feedback:
E-mail adres:
Vraag of feedback: